Nieuwe aflevering van "Op de leestafel": 8ste editie

    03/05/2007

    Onderwijspublicaties voorgeproefd 

    Een overzicht van de reeds verschenen afleveringen vindt u hieronder:


    In de rubriek Op de leestafel vestigen wij uw aandacht op onderwijspublicaties die voor u mogelijk van nut zijn. 

    • De term 'publicatie' is ruim op te vatten. Het kan gaan om boeken, artikelen uit tijdschriften, bijdragen uit losbladige aanvulreeksen of uit verzamelwerken, audiovisuele middelen en ander didactisch materiaal, bv. speelleermiddelen. Kortom, elke drager van informatie die vanuit onderwijskundig of pedagogisch oogpunt relevant is, komt in aanmerking voor bespreking.
    • Het betreft ‘recente publicaties’, wat niet noodzakelijk wil zeggen dat ze ‘pas verschenen’ zijn.
    • Dat een publicatie onder uw aandacht wordt gebracht houdt – uiteraard! – geen aanbeveling (tot aankoop of gebruik) in. Het oogmerk van Op de leestafel is geen ander dan u, geheel vrijblijvend, opmerkzaam te maken op een product dat voor u mogelijk leerzaam of bruikbaar is. Verder dan attenderen reiken de bedoelingen van deze rubriek niet.
    • In een nabije toekomst zullen alle afleveringen van Op de leestafel in een databank worden verzameld. De besproken werken zullen er thematisch worden geordend. Er zal worden voorzien in de mogelijkheid tot snelle en efficiënte ontsluiting. De systematische groepering en de zoekrobot zijn natuurlijk bedoeld om de bruikbaarheid (en de ‘houdbaarheid’) van de rubriek te maximaliseren.
    • Van elk besproken werk:
      - wordt kort ingegaan op de auteur, als dat relevant is tenminste;
      - worden inhoud en draagwijdte ontsloten via trefwoorden of lemmata, die niet alfabetisch, maar hiërarchisch zijn geordend (naar afnemend belang dus);
      - wordt nader ingegaan op de inhoud;
      - wordt soms, ter aanvulling, verwezen naar een vergelijkbare publicatie, een nuttige webstek of iets dergelijks.


    Vandaag: Aspecten (van omgang met) diversiteit

    "1. Sandy De Cuyper, Hendrik Debruyne, Anneleen Galle en Els Groenewold, “Het Project Linker. Een geïntegreerde preventieve aanpak van gedragsproblemen bij kleuters”, in: Caleidoscoop, 18, 4, juli-aug. 2006, p. 22-27.

    • “Van kinderen wordt veel gevraagd. Ze moeten goed hun best doen op school, ze krijgen soms weinig tijd om hun zin te doen… Er komen heel wat prikkels op hen af en er wordt zoveel verwacht. Ook ouders moeten veel, en een goed evenwicht tussen gezin en werk is niet steeds zo eenvoudig. Soms lukt het ouders om met het moeilijke gedrag van hun kind om te gaan, soms krijgen ze het gevoel het niet meer aan te kunnen. Linker wil vermijden dat jonge kinderen die het nu moeilijk hebben, later in de problemen komen” (p. 22).
    • Rijk artikel, met bibliografische en andere referenties.
    • (Linker is een Vlaams-Nederlands, breed, geïntegreerd, multidisciplinair en netoverstijgend project ter preventie van gedragsproblemen bij jonge kinderen.)

    2. Sieneke Goorhuis-Brouwer, “Dolgedraaid. Mogen peuters nog peuteren en kleuters nog kleuteren? Visie op de vroegkinderlijke ontwikkeling en de beïnvloedbaarheid ervan”, in: Tijdschrift voor orthopedagogiek, mei 2005, p. 224-226.

    • Is de gang van de kinderlijke ontwikkeling nog wel uitgangspunt bij de diagnostiek en begeleiding of zijn kinderen producten geworden? Wordt er bij de beoordeling van peuters en kleuters wel voldoende rekening gehouden met variaties in de normale ontwikkeling, samenhangend met rijping, temperament en karakter? Wordt er wel rekening mee gehouden dat peuters en kleuters zich ontwikkelen door te spelen en niet door te leren? Worden peuters en kleuters nog wel beoordeeld als volledige kinderen, of wordt er door deskundigen steeds naar een klein stukje van de ontwikkeling gekeken?
    • Pleidooi voor een minder schoolse aanpak van peuters en kleuters en erkenning van “de druk waaronder peuters, kleuters en leerkrachten op dit moment staan. Het peuter- en kleuteronderwijs is gebaat bij een kindvolgende en kansen biedende omgeving, waarbij de spontane ontwikkeling begeleid wordt. De didactiek is competentiegericht. […] De huidige benadering waarbij kinderen beoordeeld worden op taalachterstanden, motorische achterstanden en emotionele ontwikkelingsachterstanden brengt het gevaar met zich mee dat normale ontwikkelingsvariaties over het hoofd worden gezien.” (p. 226).
    • (Goorhuis-Brouwer is hoogleraar hoogleraar spraak- en taalstoornissen RU Groningen.)

    3. Bart Desomer, “Sterk + zwak = sterker. Kloof in Vlaams onderwijs”, in: [tijdschrift] Universiteit Gent, 21, 1, okt. 2006, p. 26-28.

    • In Vlaamse scholen is het verschil tussen leerlingen die goed presteren en zwakkere leerlingen het grootst ter wereld. De grootste dupe van die ongelijkheid zijn kinderen uit allochtone gezinnen.
    • Veel Vlaamse scholen hebben schrik dat de minder goede lln. de prestaties van de betere lln. naar beneden trekken als je ze samen in één klas zet. Onderzoek van Inge De Meyer (UGent, vakgroep Onderwijskunde) wijst echter het tegendeel uit. De Meyer onderzoekt het Finse ‘comprehensief’ onderwijsmodel (Finland scoort – in het PISA-onderzoek – niet alleen sterker dan Vlaanderen, maar de kloof tussen sterkere en zwakkere lln. is er ook veel kleiner. M.a.w. het maakt er niet veel uit of je uit een sociaal sterk of zwak milieu komt).

    4. Peter Van der Eecken & Didier Vandenhauten, “Stappenplan zorgverbreding van de Simonnetschool”, in: Eigen-Wijs, 16, sept. 2006, p. 3-6[1].

    • Praktijkvoorbeeld van een stappenplan zorgverbreding in een VOOP-school.

    [1] Eigen-Wijs is het tijdschrift van VONAC, het navormingscentrum en de pedagogische begeleidingsdienst van het Vlaams Onderwijs OverlegPlatform (VOOP). VOOP is de koepel van een veertiental scholen in Vlaanderen en maakt deel uit van OKO (Overleg van Kleine Onderwijsverstrekkers).

    5. Christiane Samaey, “Zorg voor risicokinderen in het basisonderwijs”, in: Eigen-Wijs, 16, sept. 2006, p. 7-9.

    • Wetenschappelijke bevindingen rond deze twee thema’s: Het effect van de sociaalculturele achtergrond van lln. op leerprestaties in het eerste leerjaar BaO en Kenmerken van kinderen en hun gezinnen die een atypische onderwijsloopbaan na de derde kleuterklas voorspellen.

    6. IJsbrand Jepma, “Zorgen om zorgrijke basisscholen”, in: S & B (Vaktijdschrift voor adviseurs in het onderwijs), 6, april 2006 (6 pp.).

    • Reguliere basisscholen staan voor de opgave om, waar mogelijk en wenselijk, leerlingen die speciale zorgen behoeven een zorgrijke plaats aan te bieden.
    • Het is daarbij raadzaam vooral te investeren in het equiperen van leerkrachten en het adaptiever maken van de reguliere klas. Zodoende kunnen risicoleerlingen leren van hoger functionerende medeleerlingen en worden risicoleerlingen niet al te opvallend anders behandeld. Het is mede aan onderwijsadviseurs hier inhoud en richting aan te geven.
    • (De auteur is onderzoeker bij Sardes.)
    • Reactie
      Dolf Janson, “Zorgrijke basisscholen?”, in: S & B (Vaktijdschrift voor adviseurs in het onderwijs), 6, april 2006 (4 pp.).
      “In dit artikel wordt uiteengezet dat juist het tot uitgangspunt nemen van ‘de lerende leerling’ zal kunnen leiden tot een flexibel georganiseerde school, waarin onderwijs weer de plaats van zorg inneemt. Onderwijsadviseurs zullen moeten durven zeggen dat de keizer geen kleren aanheeft als zij op een school merken dat het verfijnen van allerlei zorg- en instructiesystemen de autonomie en het doelgericht leren van leerlingen eerder belemmert dan bevordert”.
      (Janson is lid redactie S&B en adviseur bij Marant.)

    7. Leen Van Heurck en Linda Graindourze, “Juf, wat was er vóór de oerknal? Hoogbegaafde kinderen aan het werk”, in: Caleidoscoop, 18, 5, okt. 2006, p. 2-7.

    • Een zorgleerkracht en twee ouders van hoogbegaafde kinderen vertellen over een pragmatische aanpak die elk kind – hoogbegaafd, met leerstoornissen, of ‘gewoon’ – op school de kans geeft om bij te leren.
    • Hoofdzakelijk over BaO. Interessante verwijzingen.
      (De auteurs zijn redacteur van Caleidoscoop.)
    • Aanvullend
      Henk Guldemond, Roel Bosker e.a., Hoogbegaafden in het voortgezet onderwijs, Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, GION (Instituut voor onderzoek van onderwijs, opvoeding en ontwikkeling), 2003. 50 p.

      Te raadplegen in de mediatheek of op de webstek www.xs4all.nl/~sfg/hoogbegaafd.pdf.

      Ophefmakende studie over hoogbegaafde lln. in SO, waarin geconcludeerd wordt dat de problematiek van deze leerlingen schromelijk wordt overdreven (wat op zijn beurt heel wat reacties heeft losgeweekt)[2]. Hoogbegaafden zouden niet méér sociaal-emotionele problemen hebben dan gewone begaafden. Ze blijken niet méér met eenzaamheid te worstelen of de aansluiting met leeftijdgenootjes te missen. Sterker nog: de begaafden hebben zelfs meer problemen dan de hoogbegaafden. Volgens Guldemond c.s. is er dan ook geen enkele reden om de noodklok te luiden. Hoogbegaafden behoeven geen speciaal onderwijs.
      Themata in de studie: intrede en onderwijsloopbaan in het SO, prestaties wiskunde en Nederlands, prestatiemotivatie en schoolbeleving, vriendschapsrelaties, toekomstperspectief, huiswerkgedrag, studievaardigheden en underachievement.
      (Onderzoek op basis van een bestaande database waarin de gegevens van zo’n twintigduizend kinderen uit 126 middelbare scholen, uitgevoerd in opdracht van het (Nederlandse) ministerie van Onderwijs.)

    [2] Lees bv. http://onderwijsvernieuwingen.roser.nl/htm/bericht.php?id=123, waarin o.m. gesteld wordt dat de teneur van het onderzoek niet zo nieuw is: “Het onderzoek sluit daarmee aan bij de stelling van Adrianus de Groot, emeritus hoogleraar psychologie aan de universiteiten van Amsterdam en Groningen, die halverwege de jaren tachtig stelde dat het genie er altijd wel komt. De hoogintelligente mens hoeft niet voortdurend te worden uitgedaagd met leer- en oefenstof, die ziet de uitdagingen zelf al omdat hij bij alledaagse situaties vragen stelt ‘buiten het boekje’ en hiervoor oplossingen tracht te vinden. De drang tot permanent verder leren ligt al bij de geboorte vast en hoeft niet voortdurend van buitenaf te worden gevoed, aldus De Groot. En de schade die door belemmerende factoren kan worden aangebracht – zoals sociale afkeuring of gebrek aan erkenning – acht hij verwaarloosbaar”.

    8. Marieke Zwaanswijk, Peter Verhaak, Jan van der Ende, Jozien Bensing & Frans Verhulst, “Obstakels op de weg naar zorg. Het hulpzoekproces voor kinderen en adolescenten met emotionele en gedragsmatige problematiek”, in: Kind en Adolescent, 27 (2006), 3, p. 144-156.

    • Welke obstakels komen kinderen en adolescenten tegen op hun weg naar zorg? Ook suggesties voor grotere toegankelijkheid van het zorgaanbod, aanbevelingen ter versterking van de rol van de school in het hulpzoekproces, …
    • (Nederlandse auteurs en dito perspectief.)

    9. Joke Thomassen, “3-Klap, kansenbevordering door communicatie” en Linda Graindourze, “Ik speel nu mijn eigen advocaat”, in: Caleidoscoop, 18, 4, juli-aug. 2006, p. 14-18 c.q. 18-21.

    • 3-Klap is een project in Leuven waarbij kansarme ouders, school en CLB met elkaar in gesprek gaan, o.m. door de inschakeling van een ervaringsdeskundige.

    10. da Novin en Carolien Rieffe, “Het ervaren en uiten van emoties door Marokkaans- Nederlandse en autochtoon-Nederlandse kinderen”, in: Kind en Adolescent, 27 (2006), 3, p. 169-179.

    • Wat is de invloed van de culturele achtergrond op het ervaren en uiten van emoties bij kinderen in verschillende frustrerende situaties?
      (De auteurs zijn werkzaam bij de afd. Ontwikkelingspsychologie van RU Leiden.) 

    11. Ann Huybrechts, “Interculturele en andere misverstanden voorkomen of overbruggen”, in: Caleidoscoop, 18, 4, juli-aug. 2006, p. 4-12.

    • “In gesprekken van leerkrachten en CLB’ers met mensen uit andere culturen gebeurt het regelmatig dat ‘onze’ persoonsgerichte logica en de groepsgerichte logica van de ouders of de leerlingen langs elkaar schuren. Verschillen in achtergronden en in vanzelfsprekendheden, die we nooit in vraag stellen, leiden tot misverstanden en onbegrip aan beide kanten van de tafel. Zelfs met zijn allen rond die tafel zitten, is niet zo vanzelfsprekend als het voor de Vlaamse leerkracht en hulpverlener lijkt” (p. 4).
      (Huybrechts: medewerker Ondersteuningsteam Allochtonen Bijzondere Jeugdbijstand van de prov. Antwerpen.)

    12. Ann Huybrechs en Monique D’Aes, “Allochtone leerlingen en hun werelden. Situatieschets van de tweede en derde generatie van Marokkaanse en Turkse herkomst”, in: Handboek Leerlingenbegeleiding Twee (losbladige aanvulreeks), Mechelen: Wolters Plantyn, aflevering 5, juni 2004, p. 79-103.

    • Lemmata
      Allochtone leerlingen; cultuur- e.a.verschillen en -dynamieken; mens- en wereldbeelden; genderverschillen en relaties.
    • Inhoud
      In het maatschappelijk debat over integratie (van etnisch-culturele minderheden) worden de oorzaken van samenlevingsmoeilijkheden tussen autochtone en allochtone burgers/leerlingen vaak eenzijdig toegeschreven aan verschillen in cultuur. Maar de migratierealiteit is veel complexer. Om die goed te begrijpen, moet men zeker ook rekening houden met sociaal-economische, sociologische, macropsychologische en migratiemechanismen die alle mensen beïnvloeden, ongeacht de cultuur en de subcultuur waarin ze opgroeien. Dit artikel geeft een brede kijk op de wereld(en) van Turkse en Marokkaanse jongeren van de tweede en derde generatie. Het geeft inzicht in de complexe verwevenheid van in- en uitsluitingsmechanismen en interculturele dynamieken. De bedoeling is, de relaties tussen autochtone en allochtone leerlingen en tussen allochtone leerlingen van verschillende herkomst beter te begrijpen.

    13. Ann Huybrechs en Monique D’Aes, “Allochtone leerlingen en hun werelden. Uitdagingen en kansen voor scholen en leraren”, in: Handboek Leerlingenbegeleiding Twee (losbladige aanvulreeks), Mechelen: Wolters Plantyn, aflevering 5, juni 2004, p. 105-123.

    • Lemmata
      Allochtone leerlingen; normoverschrijdend gedrag/gedragsproblemen; interactie (o.m. communicatie) leerling - leraar; cultuur- e.a.verschillen en -dynamieken.
    • Inhoud
      Bij normoverschrijdend gedrag op school hebben leraren wel eens het gevoel dat allochtone lln. een aparte categorie vormen, niet zozeer of niet altijd omdat ze meer of ernstigere fouten begaan dan autochtone lln., maar veeleer omdat hun gedrag soms zo bevreemdend of bedreigend overkomt.
      Hoe reageer je als leerkracht als je bij een toezicht op de speelplaats plots omringd wordt door een groepje allochtone jongens die nauwlettend toekijken hoe je een van hen terechtwijst? Hoe geraak je op dezelfde golflengte met een leerling die hardnekkig ontkent dat hij een overtreding begaan heeft, terwijl jij en de hele klas er getuige van waren? Wat doe je als allochtone lln. in je klas onderling hun eigen taal spreken?
      Het zijn voorbeelden van situaties die veel leraren zorgwekkend vinden. Gedragsproblemen op zich zijn al lastig genoeg. Als je dan ook nog het gevoel hebt dat er een diepe communicatiekloof gaapt tussen jou en de leerling, is de frustratie dubbel zo groot.
      De auteurs – zij zijn er zich (gelukkig) terdege van bewust dat algemene uitspraken over allochtone jongeren per definitie onrecht aandoen aan de grote verschillen tussen individuele jongeren – tonen aan dat een beter inzicht in de migratie- en interculturele mechanismen die de leef- en denkwereld en het gedrag van allochtone jongeren beïnvloeden, de relaties met die leerlingen kan verbeteren.

    14. Marc Vanderlocht, “Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers. Een blik op de nieuwe regelgeving”, in: Caleidoscoop, 18, 5, okt. 2006, p. 26-31.

    • “Jaarlijks komen in Vlaanderen vele buitenlandse kinderen en jongeren toe vanwege een asielaanvraag, adoptie, gezinshereniging of buitenlandse tewerkstelling van de ouders. [Die leerlingen kunnen] onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers (OKAN) volgen. Vanaf 2006-2007 geldt een nieuwe regelgeving voor het onthaalonderwijs. Marc Vanderlocht bespreekt die vernieuwingen en hij geeft ook informatie over de instroom, doorstroming en resultaten van anderstalige nieuwkomers in het vervolgonderwijs” (p. 26).
    • (De auteur is o.m. medewerker van het vrij clb Leuven.)

    15. 
    A.
    Dirk Barrez & Jan Van Bilsen, [film] Het Gezicht van de Honger, dl. I
    . 42 min.
    B. Dirk Barrez & Koen Geurts, [film] Het Gezicht van de Honger, dl. II. 35 min.

    • Extreme armoede en honger uitroeien, dat is de eerste millenniumdoelstelling.
      Maar hoe doe je dat? Met duurzame landbouw en voedselsoevereiniteit voor de hele wereld.
      Voor wie lln. SO wil doen begrijpen hoe ondervoeding, honger en armoede tot stand komen en wat mogelijke oplossingen zijn, is er deze dvd met twee films.
    • Barrez en Van Bilsen portretteren drie boerenfamilies uit Senegal. Zij leggen vast hoe een hongersnood tot stand komt, hoe slechte globalisering toeslaat tot zelfs in het kleinste dorp, hoe de wereldmarkt de inkomens doet ineenstuiken, hoe het IMF scholen en hospitaaltjes ontmantelt en enkel migratie nog lijkt te helpen.
    • De opvolgingsfilm van Barrez en Geurts brengt vooral de mogelijke oplossingen voor honger in beeld, van bij de individuele boer of boerin tot op de wereldmarkt. Senegalezen nemen zelf het iniatief om hun problemen op te lossen: ze organiseren zich in spaargroepen en leggen samen graanbanken aan; dorpen bundelen hun krachten met ngo’s; boerenorganisaties manifesteren en eisen respect op. Vanuit de Senegalese samenleving komt er druk op de ministers om samen met andere Afrikaanse landen op te komen voor eerlijke prijzen voor o.a. de eigen katoen en voor het recht om zelf de katoen tot kleding te kunnen verwerken.
    • (Deze dvd is een samenwerking van Vredeseilanden, Broederlijk Delen, Bevrijde Wereld en Global Society vzw, met steun van het Belgisch Overlevingsfonds en DGOS.)

    16. Werkvorm "Interview met een hetero", Amsterdam: Tolerantescholen.net, Empowerment Lifestyle Services, november 2006.

    De werkvorm vindt u in de mediatheek of kunt u rechtstreeks van het net halen: www.empower-ls.com/%7Ets/index.php?module=ContentExpress&func=display&btitle=CE&mid=&ceid=259

    • Thema: homoseksualiteit.
      Niveau: hoogste klassen SO, HO.
      Tijdsduur: 15 minuten.
      Samenvatting: Twee voorlichters interviewen elkaar. De een speelt een quizmaster of interviewer die homo is. In het interview gaat hij/zij ervan uit dat homoseksuele relaties vanzelfsprekend zijn en de norm vormen. De ander speelt een hetero, die zich bewust is tot een minderheidsgroep te behoren. Door deze omkering krijgen de deelnemers een spiegel voorgehouden. In de discussie daarna wordt verhelderd hoe de vanzelfsprekendheid van heteroseksualiteit (de 'heteronorm') negatief uitwerkt en wat de deelnemers daartegen kunnen doen.

      Doelen: 1. De deelnemers krijgen meer inzicht in de verhouding tussen de impliciete houding van de (heteroseksuele) meerderheidsgroep ten opzichte van de (homoseksuele) minderheidsgroep. 2. De deelnemers krijgen meer zicht op de heteroseksuele norm.

    17. Werkvorm "Ooit een normaal mens ontmoet?", Amsterdam: Tolerantescholen.net, Empowerment Lifestyle Services, december 2005.

    De werkvorm vindt u in de mediatheek of kunt u rechtstreeks van het net halen: www.empower-ls.com/%7Ets/index.php?module=ContentExpress&func=display&ceid=188

    • Thema: het anders-zijn, normen, normafwijkend gedrag.
      Niveau: bovenbouw BaO, 1e graad SO.
      Tijdsduur: 4 X 60 minuten.
      Samenvatting: In deze serie korte oefeningen maken de deelnemers kennis met conformisme en aanpassing en met afwijkingen van de norm. In een veilige omgeving ervaren ze dat het leuk kan zijn om uit patronen te stappen. De verschillende oefeningen lopen van oriënterend naar meer confronterend en openingen biedend voor handelen.

      Doelen: 1. Het begrip 'normaal' onderzoeken. Wat is 'normaal' en wat is 'abnormaal'? Wanneer mag je afwijken en wanneer niet? Welke vrijheid heb je om jezelf te zijn? De oefening is bedoeld om uit te zoeken hoe je je eigen vrijheid en uitdrukkingsmogelijkheden kunt vergroten. 2. Het vergroten van tolerantie ten aanzien van mensen die niet aan de norm (van heteroseksualiteit bv.) voldoen.

    18. Werkvorm “Discriminatie, niet met mij!”, Amsterdam: Tolerantescholen.net, Empowerment Lifestyle Services, april 2006.

    De werkvorm vindt u in de mediatheek of kunt u rechtstreeks van het net halen: www.empower-ls.com/%7Ets/index.php?module=ContentExpress&func=display&btitle=CE&mid=&ceid=204

    • Thema: discriminatie, weerbaarheid.
      Niveau: SO.
      Tijdsduur: 3 X 60 minuten.
      Samenvatting: Deze drie lessen zijn bedoeld om de brochure Discriminatie? Niet met mij![3] (die informatie en tips geeft over hoe slachtoffers van discriminatie kunnen handelen) te verwerken met leerlingen. De lessen bestaan uit een uitleg en verwerkingsoefeningen over hoe discriminatie werkt en wat je kunt doen. Veel hangt af van een goede inschatting van voorkomende situaties en van haalbare acties. Die inschattingen worden via casussen besproken.

      Doelen: 1. Het begrijpen en verwerken van de informatie uit 'Discriminatie, niet met mij'. 2. Beter kunnen reageren op discriminerende situaties: het leren inschatten van discriminerende situaties en haalbare reacties.

    [3] Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR), Discriminatie? Niet met mij!, Rotterdam: LBR, 2005. 20 p., ill. In de mediatheek of rechtstreeks van het net te halen: www.lbr.nl/scripts/download.php?document=179.

    De brochure legt eerst uit dat discriminatie relevant is voor iedereen en niet alleen voor de slachtoffers. Daarna vertelt men wat (directe en indirecte) discriminatie is. In het hoofdstukje “10 tellen vooraf” wordt duidelijk gemaakt dat je goed moet nadenken over de situatie waarin de discriminatie plaatsvindt. Die maakt namelijk veel uit voor hoe je gaat reageren. Het is essentieel om voor jezelf duidelijk te hebben wat je concreet wilt bereiken. Wil je het discriminerende gedrag stoppen? Of wil je een discussie op gang brengen? Of de sfeer verbeteren? Je kunt meestal niet alles tegelijk doen. Het tweede deel van de brochure gaat over wat je zelf kunt doen. Daarbij onderscheidt men een formele en een informele aanpak. Voor beide worden allerlei tips gegeven. Aan het eind vindt men alle nuttige (Nederlandse) adressen voor kennis, melding en steun op een rijtje.

     
    GO! Alhambragebouw Emile Jacqmainlaan 20 1000 Brussel tel. 02 790 92 00 info@g-o.be Disclaimer Privacy